HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
Terug naar zoeken

sport

Zelfstandig naamwoord vrouwelijk CEFR B1 Frequent
spɔrt

Definities

  1. lichamelijke bezigheid ter ontspanning of als beroep met spel- of wedstrijdelement waarbij conditie en vaardigheid vereist zijn
  2. spel
  3. trede van een ladder
  4. stoelspaak

Equivalenten

20 andere talen
Bosanskisport
Catalàesport
Esperantosporto
Eestisport
Suomiurheilu
Galegodeporte
Hrvatskisport
Íslenskaíþrótt
Italianosport
Kurdîsport
Nederlandsopstaptredetree
Portuguêsdesportoesporte
Српскиsport
Svenskasport
Tiếng Việtthể thao

Voorbeelden

Mijn buurman is dol op sport.”

My neighbour is keen on sports.

Darts is de gezondste sport op aarde.”

Darts is the most healthy sport on Earth.

“Al is dit onderzoek inmiddels bijgesteld, een direct verband tussen industrialisering en de modernisering van sport blijft moeilijk vast te stellen.”
Het makkelijkst is de invloed van industrialisering op sport misschien nog te verklaren op basis van harde cijfers: de toename in productiviteit en inkomen maakte ruimte voor sportieve vrijetijdsbeoefening en de 'passieve' sportliefhebber (en dus een consumentenmarkt voor sport), vooral vanaf het laatste kwart van de negentiende eeuw - dus bijna een eeuw na de eerste industriële productielijnen in het Verenigd Koninkrijk.”
Sommige fabrikanten zagen sport in hetzelfde licht als een middel tegen oprukkend socialisme, een disciplineringsinstrument om de werkende klasse mee in het gelid te houden.”
Voor England was het een sport om zo zuinig mogelijk te leven.”

ERK-niveau

B1
Gemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.
See all B1 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk sport gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free