HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← Terug naar zoeken

Betekenis van coach | Babel Free

Zelfstandig naamwoord mannelijk CEFR B1 Frequent
koːtʃ

Definities

  1. iemand die beroepsmatig mensen of dieren begeleidt teneinde hun prestaties te verbeteren
  2. touringcar

Equivalenten

English coach

Voorbeelden

“Met Rinus Michels als coach won Nederland in 1988 het EK voetbal.”
“Spottend neemt het gezelschap plenair de gezondheidsgekte van Californië door - altijd weer slaaa!, de voor David te luide kutmuziek die uit de boxen komt, de geldgeilheid in de commerciële kunstwereld, om toch weer euforisch te landen bij de obsessieve aandrang van die westkust-piepeltjes om een coach in te huren om gezond te leven.”
“De Indian Express noemt een ander voorbeeld, van een vrouwelijke coach die de regionale BJP-minister van Sport in Haryana, voormalig hockeykampioen Sandeep Singh, eind vorig jaar beschuldigde van seksueel misbruik. Sindsdien zegt zij bedreigd te worden, terwijl Singh nog steeds minister is.”

ERK-niveau

B1
Gemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.
See all B1 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk coach gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free