Betekenis van zoon | Babel Free
/zoːn/Voorbeelden
“Mijn zoon gaat volgend jaar naar de universiteit.”
My son is going to the university next year.
“Ze heeft drie zonen en een dochter.”
She has three sons and one daughter.
“Haar zoontje speelde in de tuin met zijn vriendjes.”
Her little son was playing in the garden with his friends.