Betekenis van zoon | Babel Free
zoːnDefinities
Equivalenten
Voorbeelden
“Mijn zoon gaat volgend jaar naar de universiteit.”
My son is going to the university next year.
“Ze heeft drie zonen en een dochter.”
She has three sons and one daughter.
“Haar zoontje speelde in de tuin met zijn vriendjes.”
Her little son was playing in the garden with his friends.
“Beneden was een vaas kapotgevallen en toen zijn vader met de scherven in de hand naast het bed was verschenen, had hij eerst Laetitia de kamer uit gejaagd en daarna zijn zoon een pak slaag gegeven.”
“Toen ik mijn tienjarige zoon vroeg wat hij ervan vond dat ik zo lang weg zou zijn, antwoordde hij: ‘Geen idee, dat weet ik toch pas als je weg bent?’ Grappig vond ik zijn opmerking over het motief van mijn reis: ‘Wat is het nut van je wandeling? Je bereikt en verdient er niks mee.’ Mijn vijftienjarige dochter reageerde net als mijn vrouw pragmatisch en recht door zee.”
“Nadat Alfonso ter ore was gekomen dat zijn zoon 'zich ophield' met vakbondsleiders, anarchisten en gescheiden vrouwen, had hij hem op het matje geroepen.”
“Volgens Aristoteles is de mens ofwel een zoön politikon of een "idiotès", en deze termen komen in de filosofie nog steeds voor.”
“⧖ De vertaling van dit Grieksche meervoud "zoa" (enkelvoud "zoön") is ontzaglijk moeielijk, en wij geven eenvoudig het Grieksche woord onvertaald weder”
ERK-niveau
A1
Beginner
Dit woord behoort tot de ERK A1-woordenschat — niveau beginner.
Dit woord behoort tot de ERK A1-woordenschat — niveau beginner.
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free