Betekenis van ploegen | Babel Free
/ˈplu.ɣə(n)/Voorbeelden
“De boer ploegt het veld voor het zaaien van de gewassen.”
The farmer ploughs the field before sowing the crops.
“Het paard ploegde de akker om de grond klaar te maken voor het planten.”
The horse ploughed the field to prepare the soil for planting.
“In het voorjaar ploegen de boeren vaak hun land om het voor te bereiden op het nieuwe seizoen.”
In spring, farmers often plough their land to prepare it for the new season.