HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ploegen — definición

Conjugation of ploegen

Regular CEFR C2
/ˈplu.ɣə(n)/

zwoegend, met grote moeite zich ergens heen bewegen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ploeg
jij / je ploegt
hij / zij / het ploegt
wij / we ploegen
jullie ploegen
zij / ze ploegen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ploegde
jij / je ploegde
hij / zij / het ploegde
wij / we ploegden
jullie ploegden
zij / ze ploegden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ploege
jij / je ploege
hij / zij / het ploege
wij / we ploegen
jullie ploegen
zij / ze ploegen
Aanvoegende wijs — verleden
ik ploegde
jij / je ploegde
hij / zij / het ploegde
wij / we ploegden
jullie ploegden
zij / ze ploegden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ploeg
jullie (archaïsch) ploegt

Onbepaalde vormen

Infinitief
ploegen
Tegenwoordig deelwoord
ploegend
Voltooid deelwoord
geploegd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary