HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zaaien — definition

Conjugation of zaaien

Regular CEFR C2
ˈzaːi̯ə(n)

veroorzaken of teweegbrengen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zaai
jij / je zaait
hij / zij / het zaait
wij / we zaaien
jullie zaaien
zij / ze zaaien
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zaaide
jij / je zaaide
hij / zij / het zaaide
wij / we zaaiden
jullie zaaiden
zij / ze zaaiden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zaaie
jij / je zaaie
hij / zij / het zaaie
wij / we zaaien
jullie zaaien
zij / ze zaaien
Aanvoegende wijs — verleden
ik zaaide
jij / je zaaide
hij / zij / het zaaide
wij / we zaaiden
jullie zaaiden
zij / ze zaaiden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zaai
jullie (archaïsch) zaait

Onbepaalde vormen

Infinitief
zaaien
Tegenwoordig deelwoord
zaaiend
Voltooid deelwoord
gezaaid

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary