HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← mogen — definition

Conjugation of mogen

Regular CEFR A2
ˈmoːɣə(n)

drukt uit dat iets tot de mogelijkheden behoort, maar niet noodzakelijkerwijs hoeft te zullen gebeuren; in deze betekenis alleen onvoltooid verleden tijd Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik mag
jij / je mag
hij / zij / het mag
wij / we mogen
jullie mogen
zij / ze mogen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik mocht
jij / je mocht
hij / zij / het mocht
wij / we mochten
jullie mochten
zij / ze mochten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik moge
jij / je moge
hij / zij / het moge
wij / we mogen
jullie mogen
zij / ze mogen
Aanvoegende wijs — verleden
ik mochte
jij / je mochte
hij / zij / het mochte
wij / we mochten
jullie mochten
zij / ze mochten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij mag
jullie (archaïsch) moogt

Onbepaalde vormen

Infinitief
mogen
Tegenwoordig deelwoord
mogend
Voltooid deelwoord
gemogen

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary