Betekenis van affiliëren | Babel Free
ˌɑfiliˈjerə(n)Definities
-
zich affiliëren aansluiten bij reflexive
-
als onderdeel aansluiten bij een orde reflexive
-
zich affiliëren dezelfde opvattingen laten zien, verwantschap tonen figuratively, reflexive
-
lid of zelfstandig onderdeel zijn van intransitive
-
deel gaan uitmaken van een samenwerkingsverband van een academisch ziekenhuis en een niet-academisch ziekenhuis intransitive
-
geestverwant zijn van figuratively, intransitive
-
met betrekking tot personen als lid opnemen transitive
-
een vrijmetselaar uit een andere loge als lid in een loge opnemen transitive
-
opnemen in een klooster of orde als deelgenoot met de daaraan verbonden rechten transitive
-
als kind in de familie opnemen, adopteren obsolete, transitive
-
als eigen voortbrengsel aanvaarden figuratively, obsolete, transitive
-
met betrekking tot organisaties als zelfstandig onderdeel in een groter geheel opnemen transitive
-
in een groep ondernemingen samenvoegen transitive
-
als loge gaan horen bij een ander grootoosten of een andere grotere loge dan oorspronkelijk transitive
-
als onderdeel opnemen in een orde transitive
Voorbeelden
“Een vraag die in de sociale psychologie veelvuldig naar voren komt is met wie wij ons als mens graag affiliëren.”
“In 1493 affilieerde het naburige zusterhuis Mariengarden te Schüttorf zich met het zusterhuis Mariënwold te Frenswegen.”
“Daarnaast affiliëren veel extreemrechtse groepen zich met het nazisme (…).”
“Die belangrijke beslissing zette tal van broeders van andere werkplaatsen tot affiliëren aan.”
“Veel van die ziekenhuizen zeggen onder druk van de specialisten: nee, niet affiliëren met een academisch ziekenhuis hoor.”
“(…) de economische sector, een terrein waar erfgoedbeheerders zich doorgaans minder mee geaffilieerd voelen.”
“Opgericht eind 1881 door sociaal-democraten, affilieerde ze in 1914 een kwart van de Gentse bevolking!”
“In 1789 werd hij geaffilieerd bij de Loge zu den drei Schwerdtern, te Dresden, (…)”
“In 1475 vinden wij hem als terminarius te Arnhem, terwijl hij in het volgend jaar geaffilieerd werd aan het dominicanen-klooster te Nijmegen, en aldaar eerlang tot prior verheven.”
“Ik heb volstrekt geen ambitie of lust om iets, wat het ook zij, in 't licht te geven; doch, wanneer ik zulks eens doe, op verzoek, heb ik er nog veel minder lust in om bastaard-onzin te affilieren, mij door 't verzuim of de stommigheid van een verraderlijk drukker op den hals gedraaid, en dien ik mij schamen zou ter neder geschreven te hebben.”
“IBE werkt momenteel aan de uitbreiding van het consortium via het affiliëren van extra leden, waaronder VUB.”
“In 1954 richtte hij de People's Action Party op welke geaffilieerd is met de internationale socialistische beweging.”
“APEC is geaffilieerd met het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen.”
“Hij kreeg dat jaar de machtiging om de Broederschap te affiliëren aan de Aartsbroederschap van O.L. Vrouw van Lourdes.”
ERK-niveau
B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free