HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← Terug naar zoeken

Betekenis van affiliëren | Babel Free

Werkwoord CEFR B2
ˌɑfiliˈjerə(n)

Definities

  1. zich affiliëren aansluiten bij
    reflexive
  2. als onderdeel aansluiten bij een orde
    reflexive
  3. zich affiliëren dezelfde opvattingen laten zien, verwantschap tonen
    figuratively, reflexive
  4. lid of zelfstandig onderdeel zijn van
    intransitive
  5. deel gaan uitmaken van een samenwerkingsverband van een academisch ziekenhuis en een niet-academisch ziekenhuis
    intransitive
  6. geestverwant zijn van
    figuratively, intransitive
  7. met betrekking tot personen als lid opnemen
    transitive
  8. een vrijmetselaar uit een andere loge als lid in een loge opnemen
    transitive
  9. opnemen in een klooster of orde als deelgenoot met de daaraan verbonden rechten
    transitive
  10. als kind in de familie opnemen, adopteren
    obsolete, transitive
  11. als eigen voortbrengsel aanvaarden
    figuratively, obsolete, transitive
  12. met betrekking tot organisaties als zelfstandig onderdeel in een groter geheel opnemen
    transitive
  13. in een groep ondernemingen samenvoegen
    transitive
  14. als loge gaan horen bij een ander grootoosten of een andere grotere loge dan oorspronkelijk
    transitive
  15. als onderdeel opnemen in een orde
    transitive

Voorbeelden

“Een vraag die in de sociale psychologie veelvuldig naar voren komt is met wie wij ons als mens graag affiliëren.”
“In 1493 affilieerde het naburige zusterhuis Mariengarden te Schüttorf zich met het zusterhuis Mariënwold te Frenswegen.”
“Daarnaast affiliëren veel extreemrechtse groepen zich met het nazisme (…).”
“Die belangrijke beslissing zette tal van broeders van andere werkplaatsen tot affiliëren aan.”
“Veel van die ziekenhuizen zeggen onder druk van de specialisten: nee, niet affiliëren met een academisch ziekenhuis hoor.”
“(…) de economische sector, een terrein waar erfgoedbeheerders zich doorgaans minder mee geaffilieerd voelen.”
“Opgericht eind 1881 door sociaal-democraten, affilieerde ze in 1914 een kwart van de Gentse bevolking!”
“In 1789 werd hij geaffilieerd bij de Loge zu den drei Schwerdtern, te Dresden, (…)”
“In 1475 vinden wij hem als terminarius te Arnhem, terwijl hij in het volgend jaar geaffilieerd werd aan het dominicanen-klooster te Nijmegen, en aldaar eerlang tot prior verheven.”
“Ik heb volstrekt geen ambitie of lust om iets, wat het ook zij, in 't licht te geven; doch, wanneer ik zulks eens doe, op verzoek, heb ik er nog veel minder lust in om bastaard-onzin te affilieren, mij door 't verzuim of de stommigheid van een verraderlijk drukker op den hals gedraaid, en dien ik mij schamen zou ter neder geschreven te hebben.”
“IBE werkt momenteel aan de uitbreiding van het consortium via het affiliëren van extra leden, waaronder VUB.”
“In 1954 richtte hij de People's Action Party op welke geaffilieerd is met de internationale socialistische beweging.”
“APEC is geaffilieerd met het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen.”
“Hij kreeg dat jaar de machtiging om de Broederschap te affiliëren aan de Aartsbroederschap van O.L. Vrouw van Lourdes.”

ERK-niveau

B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
See all B2 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk affiliëren gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free