HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← schamen — definition

Conjugation of schamen

Regular CEFR B2
ˈsxamə(n)

schaamte voelen, iets van jezelf niet goed vinden zodat je het niet aan anderen wilt tonen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik schaam
jij / je schaamt
hij / zij / het schaamt
wij / we schamen
jullie schamen
zij / ze schamen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik schaamde
jij / je schaamde
hij / zij / het schaamde
wij / we schaamden
jullie schaamden
zij / ze schaamden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik schame
jij / je schame
hij / zij / het schame
wij / we schamen
jullie schamen
zij / ze schamen
Aanvoegende wijs — verleden
ik schaamde
jij / je schaamde
hij / zij / het schaamde
wij / we schaamden
jullie schaamden
zij / ze schaamden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij schaam
jullie (archaïsch) schaamt

Onbepaalde vormen

Infinitief
schamen
Tegenwoordig deelwoord
schamend
Voltooid deelwoord
geschaamd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary