Betekenis van zitje | Babel Free
ˈzɪcəDefinities
-
verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord zit form-of
- alleen verkleinwoord tafel met enkele stoelen als zitgelegenheid in op plaatsen als een kantoor, wachtkamer, tuin of terras
- kleine, vaak afgeschermde zitplaats voor een klein kind
- voor een kind veilige zitplaats in een auto of op een fiets
- eenpersoons zitplaats op een motorfiets
Voorbeelden
“De belletjes bij minister Amar Ramadhin hadden al moeten⟳ rinkelen⟳ toen vicepresident (vp) Ronnie Brunswijk liet doorschemeren dat hij een 'zitje' wilde houden⟳ met zijn⟳ naasten⟳, onder wie zijn⟳ kinderen. De minister had niet verwacht dat het om een feest ging met alles erop en eraan, terwijl alle voorbereidingen van het feest te volgen⟳ waren⟳ op social media.”
Minister Amar Ramadhin's alarm bells should have gone off immediately when Vice President Ronnie Brunswijk hinted that he wanted to have a 'small gathering' with his loved ones, including his children. The Minister had not expected that it would be a full-blown party, while all the party preparations could be followed on social media.
“Laten⟳ we even gaan⟳ zitten⟳ op het zitje bij de patatkraam.”
“Haal jij even het zitje uit de andere kamer?”
“Het zitje moet goed worden⟳ vastgezet.”
“Een sport- of racemotor heeft meestal geen zadel of buddy maar een slechts een zitje .”
ERK-niveau
C2
Beheersing
Dit woord behoort tot de ERK C2-woordenschat — niveau beheersing.
Dit woord behoort tot de ERK C2-woordenschat — niveau beheersing.
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free