HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← Terug naar zoeken

Betekenis van randstedeling | Babel Free

Zelfstandig naamwoord CEFR C1
ˈrɑntstedəˌlɪŋ

Definities

  1. iemand die in een randstad woont
  2. iemand die in het dichtbevolkte deel van het westen van Nederland woont
  3. verouderde spelling of vorm van Randstedeling tot 2006
    form-of, masculine

Voorbeelden

“Aan wie geeft de burger de sleutels van de stad: aan de kernstedeling die inmiddels gepokt en gemazeld is in de diversiteit, of aan de randstedeling, voor wie diversiteit nog angstbeelden oproept?”
“Het is zeer de vraag of er onder het publiek op de Albert Cuyp nog sprake is van een gedeeld referentiekader en zelfs of er ooit een gedeeld referentiekader was; of die 'imperialistische attitude' in de loop der tijden niet vooral gewerkt heeft als onderdeel van de bepaling van de machtsverhoudingen binnen de Nederlandse samenleving, als een van de vele in- en uitsluitingsmechanismes die daar permanent functioneren, naast die van protestants tegenover roomskatholiek, regent versus opkomende burgerij, randstedeling versus zuiderling etc.”
“Hij schudt zijn hoofd. 'De meeste inwoners zijn hier geboren en van de nieuwkomers weten we doorgaans weinig. Die bivakkeren hier hooguit een paar weken per jaar, en enkele weekends.'Hij haalt zijn schouders op. 'Randstedelingen, Duitsers ook.'In onze vallei zie je ook steeds meer tweede huizen. Het neemt de ziel van een gemeenschap weg, vind je niet?'”
“Marjoleine de Vos over het beeld dat de Randstedeling heeft van Groningen. De aardbevingen hebben de provincie op de kaart gebracht.”

ERK-niveau

C1
Gevorderd
Dit woord behoort tot de ERK C1-woordenschat — niveau gevorderd.
See all C1 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk randstedeling gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free