HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bivakkeren — definition

Conjugation of bivakkeren

Regular CEFR B2
bivɑˈkeːrə(n)

ergens een tijdje verblijven vaak op een wat eenvoudige wijze Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bivakkeer
jij / je bivakkeert
hij / zij / het bivakkeert
wij / we bivakkeren
jullie bivakkeren
zij / ze bivakkeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bivakkeerde
jij / je bivakkeerde
hij / zij / het bivakkeerde
wij / we bivakkeerden
jullie bivakkeerden
zij / ze bivakkeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bivakkere
jij / je bivakkere
hij / zij / het bivakkere
wij / we bivakkeren
jullie bivakkeren
zij / ze bivakkeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik bivakkeerde
jij / je bivakkeerde
hij / zij / het bivakkeerde
wij / we bivakkeerden
jullie bivakkeerden
zij / ze bivakkeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bivakkeer
jullie (archaïsch) bivakkeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
bivakkeren
Tegenwoordig deelwoord
bivakkerend
Voltooid deelwoord
gebivakkeerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary