HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← Terug naar zoeken

Betekenis van daggast | Babel Free

Zelfstandig naamwoord CEFR B1
/'dɑxɑst/

Definities

  1. iemand die overdag gast is op een (bruilofts)feest
  2. iemand die te gast is in een horecagelegenheid maar daar niet overnacht

Voorbeelden

“De man met de verschrikte blik - een oom van haar echtgenoot - stoot per ongeluk een gast aan: "Die liep met een dienblad vol bacardi cola. Iedereen denkt dat het een ober is, maar het is een daggast op het huwelijk. Al die baco kwam op mijn jurk terecht."”
“Gisteravond rond 17.00 uur kwam de man in de problemen. Volgens directeur Jos Mennen van het Prinsenmeer hief de man tijdens het zwemmen ineens zijn hand omhoog en riep hij om hulp. Daarna zakte hij weg in het water. Het zou gaan om een daggast die er met familie en vrienden was.”
“Duinrell opende zaterdag de attracties weer na lange tijd van sluiting wegens coronamaatregelen. De attracties zijn in eerste instantie alleen open voor gasten van het vakantiepark. Later deze maand komen ook tickets voor daggasten beschikbaar.”

ERK-niveau

B1
Gemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk daggast gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten