HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zwemmen — definition

Conjugation of zwemmen

Regular CEFR B1
ˈzʋɛ.mə(n)

zich gecoördineerd door het water voortbewegen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zwem
jij / je zwemt
hij / zij / het zwemt
wij / we zwemmen
jullie zwemmen
zij / ze zwemmen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zwom
jij / je zwom
hij / zij / het zwom
wij / we zwommen
jullie zwommen
zij / ze zwommen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zwemme
jij / je zwemme
hij / zij / het zwemme
wij / we zwemmen
jullie zwemmen
zij / ze zwemmen
Aanvoegende wijs — verleden
ik zwomme
jij / je zwomme
hij / zij / het zwomme
wij / we zwommen
jullie zwommen
zij / ze zwommen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zwem
jullie (archaïsch) zwemt

Onbepaalde vormen

Infinitief
zwemmen
Tegenwoordig deelwoord
zwemmend
Voltooid deelwoord
gezwommen

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary