HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
Terug naar zoeken

feestvierder

Zelfstandig naamwoord CEFR C1
ˈfes(t)firdər

Definities

  1. deelnemer aan een feest
  2. iemand die vaak of graag feest viert

Equivalenten

7 andere talen
DeutschPartylöwe
Ελληνικάεορταστής
Italianofestaiolo
Portuguêsfesteiro

Voorbeelden

“Festivals, carnaval, kampioenschappen van PSV – zeventien jaar lang was Jorn van Osch (42) er altijd bij. Niet als feestvierder, maar als beveiliger, voor hem een soort hobby naast zijn⟳ reguliere baan als vrachtwagenchauffeur.”
“Ook op het Vrijthof in Maastricht zijn⟳ zondagmiddag volgens de regionale omroep L1 een paar honderd mensen bijeengekomen. Het is er gezellig en rustig, maar ook daar heeft de politie feestvierders gevraagd de feestelijkheden thuis voort te zetten⟳.”
“Vooral de jongeren die de hele nacht willen⟳ zuipen⟳ blijven⟳ nu weg, zeggen⟳ de eilandbewoners. Er zijn⟳ minder toeristen, en het zijn⟳ ándere toeristen. Meer gezinnen en stellen⟳. Ze zijn⟳ er niet rouwig om dat die feestvierders wegblijven, want die veroorzaken⟳ niet zelden ellende en geven⟳ weinig uit in restaurants.”
“Giri zei dat hij geen ervaren⟳ feestvierder is. Zijn⟳ Georgische vrouw Sopiko wel, die vond bijna iedere dag wel aanleiding voor een feestje, maar zelf zou hij zich bij zijn⟳ secondanten voegen⟳ om te controleren⟳ of ‘my boys’, zoals hij ze noemde, wel hard gewerkt hadden toen hij thuis het toernooi speelde.”

ERK-niveau

C1
Gevorderd
Dit woord behoort tot de ERK C1-woordenschat — niveau gevorderd.
See all C1 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk feestvierder gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free