HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← controleren — definition

Conjugation of controleren

Regular CEFR A2
kɔntroːˈleːrə(n)

beheersen, overheersen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik controleer
jij / je controleert
hij / zij / het controleert
wij / we controleren
jullie controleren
zij / ze controleren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik controleerde
jij / je controleerde
hij / zij / het controleerde
wij / we controleerden
jullie controleerden
zij / ze controleerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik controlere
jij / je controlere
hij / zij / het controlere
wij / we controleren
jullie controleren
zij / ze controleren
Aanvoegende wijs — verleden
ik controleerde
jij / je controleerde
hij / zij / het controleerde
wij / we controleerden
jullie controleerden
zij / ze controleerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij controleer
jullie (archaïsch) controleert

Onbepaalde vormen

Infinitief
controleren
Tegenwoordig deelwoord
controlerend
Voltooid deelwoord
gecontroleerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary