HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← veroorzaken — definition

Conjugation of veroorzaken

Regular CEFR B1
vərˈoːrˌzaːkə(n)

de oorzaak zijn van; een gevolg tot stand brengen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik veroorzaak
jij / je veroorzaakt
hij / zij / het veroorzaakt
wij / we veroorzaken
jullie veroorzaken
zij / ze veroorzaken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik veroorzaakte
jij / je veroorzaakte
hij / zij / het veroorzaakte
wij / we veroorzaakten
jullie veroorzaakten
zij / ze veroorzaakten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik veroorzake
jij / je veroorzake
hij / zij / het veroorzake
wij / we veroorzaken
jullie veroorzaken
zij / ze veroorzaken
Aanvoegende wijs — verleden
ik veroorzaakte
jij / je veroorzaakte
hij / zij / het veroorzaakte
wij / we veroorzaakten
jullie veroorzaakten
zij / ze veroorzaakten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij veroorzaak
jullie (archaïsch) veroorzaakt

Onbepaalde vormen

Infinitief
veroorzaken
Tegenwoordig deelwoord
veroorzakend
Voltooid deelwoord
veroorzaakt

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary