Betekenis van bomijs | Babel Free
ˈbɔm.ɛi̯sDefinities
Voorbeelden
“Keimpe Wagenaar (65) uit Wirdum („ik ben een oer-Fries”) heeft 30 rondjes geschaatst, vertelt hij als hij zijn⟳ schaatsen⟳ uittrekt. Hij rijdt twee keer per week met een schaatsploeg. „Ik kan met de beste toerrijders mee komen⟳.” De slanke zestiger in zwart pak draagt een helm en overschoenen over zijn⟳ schaatsen⟳. „Dat houdt de kou tegen. Ik heb ook een winddichte onderbroek aan. En dit jasje”, zegt hij als hij op zijn⟳ jack wijst, „kost 170 euro en bestaat uit drie delen⟳ stof.” De kwaliteit van het ijs valt hem tegen. „Hopeloos. Veel bomijs, bobbels op het ijs. De eerste vijftien rondjes moest ik recht op rijden⟳, anders raak je uit balans. Nee, in de Jan Durkspolder bij Earnewâld was het ijs veel beter.””
“Zo is het gekomen dat ondernemers en andere leiders elkaar begonnen te imiteren⟳ met plechtige statements, dat het de grote uitdaging voor de toekomst zou zijn⟳ om wereldspeler te worden⟳. Wie dat niet voor elkaar zou kunnen⟳ krijgen⟳, kon het verder wel vergeten⟳. Na korte tijd al bleek echter dat de nieuwbakken wereldspelers bezig waren⟳ aan een hachelijke wedstrijd schaatsen⟳ op bomijs. Immers, de wereldeconomie is een global village, waarin iedereen iedereen kent en in de gaten houdt. Maar dat niet alleen. Alle wereldspelers maken⟳ gebruik van dezelfde informatie, die bovendien overal tegelijk voor iedereen ter beschikking is. Het gevolg is dat ze maar een ding op de markt aan te bieden⟳ hebben⟳: uniformiteit. Hun kraampjes zien⟳ er allemaal hetzelfde uit en luid schreeuwend proberen⟳ zij dezelfde spullen te slijten⟳ aan dezelfde klanten.”
ERK-niveau
B1
Gemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.
Zie ook
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free