HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← schaatsen — definición

Conjugation of schaatsen

Regular CEFR C1
/ˈsxaːt.sə(n)/

zich op schaatsen ergens heenbewegen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik schaats
jij / je schaatst
hij / zij / het schaatst
wij / we schaatsen
jullie schaatsen
zij / ze schaatsen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik schaatste
jij / je schaatste
hij / zij / het schaatste
wij / we schaatsten
jullie schaatsten
zij / ze schaatsten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik schaatse
jij / je schaatse
hij / zij / het schaatse
wij / we schaatsen
jullie schaatsen
zij / ze schaatsen
Aanvoegende wijs — verleden
ik schaatste
jij / je schaatste
hij / zij / het schaatste
wij / we schaatsten
jullie schaatsten
zij / ze schaatsten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij schaats
jullie (archaïsch) schaatst

Onbepaalde vormen

Infinitief
schaatsen
Tegenwoordig deelwoord
schaatsend
Voltooid deelwoord
geschaatst

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary