Betekenis van zussendag | Babel Free
Definities
een dag dat zussen (en schoonzussen) iets gezelligs met elkaar gaan doen
Voorbeelden
““Eerst uitslapen. En dan, afhankelijk van het weer, lekker wandelen met mijn hond. Ook ga ik regelmatig op zondag lunchen met goede vrienden Lange Frans en Danielle, met de kindjes erbij; heel gezellig. Of ik ga iets met mijn zusje doen. Soms hebben we op zondag een zussendag. Maar ik vind het ook heerlijk om de hele dag in huis te blijven: eten bestellen, filmpjes kijken. Of een beetje opruimen. Kleren opvouwen, schoonmaken, dat werkt echt als therapie voor mij.””
“Zussendagen zijn populair. Met alle zussen en schoonzussen een dagje roeien, wandelen, shoppen of meedoen aan een workshop. Met of zonder (schoon)moeder. Na een oproep in deze krant om ervaringen met zussendagen te delen, kwamen vijftien enthousiaste mailtjes en brieven binnen. „Zo’n dag verstevigt de band.” „We giebelen wat af.” Of: „Als er één niet kan, is dat echt een gemis.” Twee zussen aan het woord.”
ERK-niveau
B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.