HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← wandelen — definition

Conjugation of wandelen

Regular CEFR B1
ˈʋɑn.də.lə(n)

ongericht een wandeling maken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik wandel
jij / je wandelt
hij / zij / het wandelt
wij / we wandelen
jullie wandelen
zij / ze wandelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik wandelde
jij / je wandelde
hij / zij / het wandelde
wij / we wandelden
jullie wandelden
zij / ze wandelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik wandele
jij / je wandele
hij / zij / het wandele
wij / we wandelen
jullie wandelen
zij / ze wandelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik wandelde
jij / je wandelde
hij / zij / het wandelde
wij / we wandelden
jullie wandelden
zij / ze wandelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij wandel
jullie (archaïsch) wandelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
wandelen
Tegenwoordig deelwoord
wandelend
Voltooid deelwoord
gewandeld

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary