Betekenis van peer | Babel Free
/peːr/Voorbeelden
“De supermarkt verkoopt heerlijke peren van lokale boomgaarden.”
The supermarket sells delicious pears from local orchards.
“Ik heb een sappige rijpe peer voor mijn lunch.”
I have a juicy ripe pear for my lunch.
“Het oude peertje in de lamp is kapot, we moeten het vervangen.”
The old light bulb in the lamp is broken, we need to replace it.
“Ze draaide het peertje in de fitting en de kamer was weer verlicht.”
She screwed in the light bulb and the room was illuminated again.
“De tuin heeft een prachtige peer staan die elk jaar veel fruit produceert.”
The garden has a beautiful pear tree that yields a lot of fruit every year.
“Hij plantte een jong peertje in zijn achtertuin.”
He planted a young pear tree in his backyard.
“De oude peer in de boomgaard gaf heerlijke vruchten.”
The old pear tree in the orchard produced delicious fruits.