Betekenis van kindergoed | Babel Free
ˈkindərˌɣutDefinities
- verzamelterm voor lichaamsbedekking die door mensen in de leeftijd tussen ongeveer 2 en 12 jaar wordt gedragen
- verzamelterm voor linnengoed dat als lichaamsbedekking voor zuigelingen dient
- artikelen waarmee mensen in de leeftijd tussen ongeveer 2 en 12 jaar zich kunnen vermaken
- wat iemand als erfgenaam van zijn ouders toekomt
Voorbeelden
“Pas na 1870, toen men oog kreeg voor het welzijn van het kind, ontstond er zoiets als speciale kinderkleding - in dezelfde periode dat de kinderbescherming werd opgericht en de kinderarbeid afgeschaft. In de nieuwe kleren, zoals morsschorten en boezeroenen, konden⟳ kinderen ongestoord spelen⟳ en vies worden⟳, in plaats van alleen maar mooi zijn⟳. Ze droegen eenvoudige katoenen jakjes en broeken, geborduurd met voorstellingen van ballende of 'bandelende' (een hoepel voortbewegen met een stokje) kinderen. Een aantal voorbeelden van dit laat negentiende-eeuwse kindergoed is nu te zien⟳ op de tentoonstelling Gekleed en wel.”
“⧖ Toen moest zy beschare haar kindergoed, Van luijers sluijer en zwagtels met spoed, Van suiker en kruid, Voor pap en beschuit, Tot alles te kopen⟳ had zy geen duit.”
“Uit de literatuur blijkt dat halverwege de negentiende eeuw in Nederland op 5 december ‘denneboompjes’ stonden opgesteld, met ‘lekkernij en kindergoed’.”
“⧖ Maar één was er geweest die, aanstonds toen Huib den naam Van den Eijnde genoemd had, grijnzende en met glinsteroogen boog en nog eens boog, over zijn⟳ toonbank heen, en naar mijnheers gezondheid informeerde; daarop, haastig, teekende hij voor zeven⟳ exemplaren, zich excuseerende dat het niet meer kon zijn⟳, maar hij ‘zat al zoo dik in zijn⟳ kindergoed’; hij vroeg of Huib niet wou rooken⟳.”
ERK-niveau
B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free