HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← rooken — definition

Conjugation of rooken

Regular CEFR B1

obsolete spelling of roken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik rook
jij / je rookt
hij / zij / het rookt
wij / we rooken
jullie rooken
zij / ze rooken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik rookte
jij / je rookte
hij / zij / het rookte
wij / we rookten
jullie rookten
zij / ze rookten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik rooke
jij / je rooke
hij / zij / het rooke
wij / we rooken
jullie rooken
zij / ze rooken
Aanvoegende wijs — verleden
ik rookte
jij / je rookte
hij / zij / het rookte
wij / we rookten
jullie rookten
zij / ze rookten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij rook
jullie (archaïsch) rookt

Onbepaalde vormen

Infinitief
rooken
Tegenwoordig deelwoord
rookend
Voltooid deelwoord
gerookt

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary