HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← Terug naar zoeken

Betekenis van buurkind | Babel Free

Zelfstandig naamwoord CEFR B2
ˈbyːr.kɪnt

Definities

kinderen die naast je wonen

Voorbeelden

“Een 46-jarige man is woensdag aangehouden, omdat hij een buurkind in het gezicht had geslagen.”
“De charlatan hield praktijk aan huis en overtuigde de buurt ervan dat hij arts was. Hij schreef een buurkind van negen met nekpijn een onduidelijk drankje voor. De ouders van twee andere kinderen van twee en vier kregen medicijnen mee voor dezelfde kwaal. Geen van de patiëntjes lijkt aan de onbekende middelen iets te hebben overgehouden.”
“Burenruzies gaan nooit om alleen maar een wasrekje waarvan de pootjes over een gemeenschappelijke schutting te zien zijn. Ze zijn een opeenstapeling van die pootjes, van buurkinderen die via de trampoline in je tuin loeren, van een buurkat die in je bakken kakt en van de afzuigkap van de buuf die curry-, frituur- en kooldampen je slaapkamer in blaast.”
“Jaloers was ik als ik ’de buurkinderen Smals’ met hun ouders zag terugkeren van een weekje Zuid-Frankrijk: glimmend donkerbruin waren ze. Chocoladebruine ruggen en schouders, bijna zwart.”

ERK-niveau

B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
See all B2 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk buurkind gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free