Betekenis van piepeltje | Babel Free
/ˈpipəlcə/Definities
-
verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord piepel form-of
-
sufferd figuratively
-
kleine dikdoener figuratively
-
verstoppertje figuratively
Voorbeelden
“⧖ Zevenmaal raadde hij, zevenmaal was het mis, zevenmaal dokte hij een tientje, waarmee zo ongeveer al zijn geld verdwenen was. Toen zei een van de omstanders tot den kermis-exploitant: „Een mooi piepeltje (sufferd) heb je aan hem” doelend op den arbeider, die daarop kwaad werd en dat hij beetgenomen was”
“Dat doe ik voor de zekerheid, want het kan natuurlijk ook wezen dat er iemand met z'n vinger uit de schijf is geschoten of op het knopje drukte toen ik al overging, zodat hij mijn toestel per ongeluk tweemaal heeft laten rinkelen. Dus dat dan mijn vrouw altijd nog kan zeggen dat ik in het buitenland zit, als het piepeltje dat er belt niet helemaal to the point is.”
“Het piepeltje doen. (Verstoppertje of schuilevinkje). Dit spelletje geschiedde onder vier of acht kameraadjes: jongens en meisjes.”
ERK-niveau
B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.