HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← Terug naar zoeken

Betekenis van halftijds | Babel Free

Bijvoeglijk naamwoord CEFR B2
/ˈhɑlᵊfˌtɛits/

Definities

  1. van een baan of betrekking dat deze geen volledige werkweek omvat
  2. de helft van de tijd

Voorbeelden

“Maaike H. wilde twee jaar na haar behandeling opnieuw halftijds gaan werken. Nee, zei haar werkgever. De rechter fluit de werkgever terug. Een primeur.”
“Sinds juli 2017 liggen acht scheidsrechters, van wie zeven met een FIFA-badge, bij de Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB) onder een halftijds contract.de Standaard 13/01/2018 om 18:28”
“'Neem je bijvoorbeeld halftijds ouderschapsverlof, dan moet je gedurende minstens twee maanden week na week halftijds thuisblijven', zegt N-VA-Kamerlid Jan Spooren. 'Je kan niet een week deeltijds werken en de week erna voltijds.'”
“Halftijds in Zwitserland wonende schrijfster van wie het debuut M. aanvankelijk amper werd opgemerkt, maar die werd geprezen om de wijze waarop ze haar woorden betekenis gaf: door de echt belangrijke zaken allemaal tussen de regels door te laten zien.”

ERK-niveau

B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk halftijds gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten