Betekenis van ga | Babel Free
/ɣaː/Definities
-
eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gaan form-of
-
gebiedende wijs van gaan form-of
-
tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gaan form-of, inversion
-
aanvoegende wijs van gaan form-of
Voorbeelden
“Ik ga.”
“Ga!”
“Ga je?”
“Het ga je goed!”
“Tijdens het werk de geest de vrije teugel te laten is even verkeerd als onder de pauze de hersens over arbeidsobjecten te doen doormalen. Men schudde dus in de vrije ogenblikken alles af, make alle banden los. Men ga desverkiezend languit op de canapé liggen, roke pijp, sigaar of sigaret, als men trek heeft, lope wat heen en weer door kamer of gang, of ga voor het open raam staan en make een aantal kniebuigingen en ademoefeningen. Maar men wachte zich, de tijd te vullen met zwaar lichamelijke arbeid, rompbewegingen of andere afmattende sportverrichtingen.”
ERK-niveau
A1
Beginner
Dit woord behoort tot de ERK A1-woordenschat — niveau beginner.
Dit woord behoort tot de ERK A1-woordenschat — niveau beginner.