Betekenis van winterspelen | Babel Free
/ˈwɪntərˌspele(n)/Definities
-
meervoud van het zelfstandig naamwoord winterspel form-of, plural
- evenement dat eens in de vier jaar wordt gehouden waarbij allerlei wintersporten competitief beoefend worden door sporters die hun land vertegenwoordigen
-
internationaal toernooi met verschillende sporten die men in de winter doet plural-only
Voorbeelden
“In het weekend van 28 en 29 december kun je in de binnenstad skiën, ijsklimmen en meer winterspelen doen.”
“Daarnaast bleek ook dat alle geconsulteerde partijen zich konden vinden in het verlengen van de minimumduur van de verslaggeving van de Paralympische Spelen, waarbij een onderscheid dient te worden gemaakt tussen de zomer- en de winterspelen.”
“Curling, dat vermoedelijk van Schotse oorsprong is en uit de zestiende eeuw stamt, staat voor het eerst op het officiële Olympische programma, na bij vier winterspelen als demonstratiesport te zijn uitgevoerd.”
“Laatste kans op Winterspelen voor Nuis: 'Beuken en zien waar het schip strandt' Kjeld Nuis kan in februari zijn olympische titel op de 1000 meter niet verdedigen, nadat hij kwalificatie voor de Olympische Spelen is misgelopen. Nu richt hij zich vol op de 1500 meter.”
“'Gebroken' Frimpong: 'Wilde aantonen dat Afrikanen op Winterspelen konden komen'”
ERK-niveau
C1
Gevorderd
Dit woord behoort tot de ERK C1-woordenschat — niveau gevorderd.
Dit woord behoort tot de ERK C1-woordenschat — niveau gevorderd.