HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← beuken — definition

Conjugation of beuken

Regular CEFR C2
ˈbøː.kə(n)

ergens fors op slaan Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beuk
jij / je beukt
hij / zij / het beukt
wij / we beuken
jullie beuken
zij / ze beuken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beukte
jij / je beukte
hij / zij / het beukte
wij / we beukten
jullie beukten
zij / ze beukten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik beuke
jij / je beuke
hij / zij / het beuke
wij / we beuken
jullie beuken
zij / ze beuken
Aanvoegende wijs — verleden
ik beukte
jij / je beukte
hij / zij / het beukte
wij / we beukten
jullie beukten
zij / ze beukten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beuk
jullie (archaïsch) beukt

Onbepaalde vormen

Infinitief
beuken
Tegenwoordig deelwoord
beukend
Voltooid deelwoord
gebeukt

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary