Betekenis van predicaat | Babel Free
ˌpreː.diˈkaːtDefinities
- kenmerkende benaming
- eretitel of loffelijke bijvoeging
- gezegde
- formalisering van een propositie, (bewering, assertie)
Equivalenten
English
Predicate
Voorbeelden
“Nederland staat internationaal bekend als een land met een zeer ‘vriendelijk’ fiscaal beleid voor grote bedrijven, al verzet Den Haag zich vurig tegen het predicaat belastingparadijs.”
“Verder moeten de aanklachten tegen arrestanten van tafel en moet het predicaat ‘relschoppers’ van die groep af.”
“Zijn bedrijf verkreeg het predicaat koninklijk.”
“Lukassen draagt het predicaat Bondsmeesterklasse van de Fotobond, wat wil zeggen dat ze tot de top van de Nederlandse amateurfotografen behoort.”
“Zelfstandige naamwoorden kunnen bijvoorbeeld niet alleen gebruikt worden als argument, maar ook als secondair predicaat (dat wil zeggen als tweede predicaat naast het werkwoord) of als bijwoordelijke bepaling in de zin.”
“⧖ By voorb. Cicero, quia est summus Orator, est imitandus, is eene Periode; maar zo ik enkeld zegge: Cicero est imitandus, of daar achter aan voege: quia est orator summus, zo is in beide deze gevallen geen Periode. De hoofdzin is: Cicero est imitandus. Scheide ik nu het subject, Cicero, van het Praedicaat, est imitandus, door den ingevoegden Zin, die de reden bevat, quia est orator summus, zo heb ik eene Periode.”
“Een predicaat kan dus een eigenschap of een relatie zijn.”
“⧖ Alle verstandsdaaden, en dus ook de oordeelen, tot welke het denken zig laat te rug leiden, zyn alleen door begrippen mooglyk. Een begrip is anders niet dan praedicaat tot een mooglyk oordeel.”
ERK-niveau
B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Zie ook
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free