Betekenis van familiedag | Babel Free
Definities
- bijeenkomst van de leden van een familie
- dag die men vrijgehouden heeft voor het gezin
- bijeenkomst waar de familie van een bepaalde groep mensen kennis kan maken de de activiteiten van de groep of club
Voorbeelden
“De vorige keer dat een familiedag werd gehouden was in september 2009. Correspondent Wouter Zwart was deze maand in Noord- Korea. Hij schreef er een blog over. Hij sprak er ook met families in Noord- en Zuid-Korea die elkaar morgen hopen te zien. Vanavond in Nieuwsuur zijn reportage.”
“Familiedag. Prentenboeken voorlezen bij de open haard, tekenfilms kijken, met de baby in slaap vallen. Op zo’n dag realiseer je je dat er meer is dan voetbal. Dan winnen. Lekker gegeten. Grote stukken vlees, zonder bestek. Spelletjes gespeeld. Toen Delfina (3) voor stond met Memory liet ik me vallen.”
“In een aflevering van de kinderserie vieren de bewoners van Sesame Street familiedag. Het menselijke personage Nina stelt daarin haar poppenvrienden Elmo en Abby voor aan haar broer, zwager en hun dochter Mia.”
ERK-niveau
B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.