Betekenis van stamtijd | Babel Free
ˈstɑm.tɛi̯tDefinities
een vaste reeks van vormen van een werkwoord waarvan men de andere vormen kan afleiden m.n. het hele werkwoord, de verleden tijd enkelvoud en het voltooid deelwoord
Equivalenten
Voorbeelden
“De stamtijden van eten⟳ zijn⟳ eten⟳, at, gegeten.”
The principal parts of eat are eat, ate, eaten.
“De stamtijden van het werkwoord maken⟳ zijn⟳: maken⟳, maakte, gemaakt”
“Tijdens mijn middelbare school sprak ik met mijn lerares Latijn af dat ik niet meer in haar lessen⟳ zou verschijnen⟳. Dat scheelde me namelijk gedurende twee jaar vijf uur in de week. Er was een probleem: toen het eindexamen naderde, wist ik geen stamtijden, had ik geen woordenschat, kende ik geen grammatica.”
“De Grieken en Romeinen zijn⟳ de uitvinders van onze democratie, vrijheid van meningsuiting en vloerverwarming. Daarom zijn⟳ ze relevant; niet vanwege hun stamtijden. Moeten⟳ we pubers de weg leren⟳ in een wereld die weg is? Voor goed burgerschap is stampwerk geen sine qua non maar een sta-in-de-weg.”
ERK-niveau
B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free