HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← lessen — definition

Conjugation of lessen

Regular CEFR B1
ˈlɛsə(n)

met vocht de dorst beëindigen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik les
jij / je lest
hij / zij / het lest
wij / we lessen
jullie lessen
zij / ze lessen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik leste
jij / je leste
hij / zij / het leste
wij / we lesten
jullie lesten
zij / ze lesten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik lesse
jij / je lesse
hij / zij / het lesse
wij / we lessen
jullie lessen
zij / ze lessen
Aanvoegende wijs — verleden
ik leste
jij / je leste
hij / zij / het leste
wij / we lesten
jullie lesten
zij / ze lesten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij les
jullie (archaïsch) lest

Onbepaalde vormen

Infinitief
lessen
Tegenwoordig deelwoord
lessend
Voltooid deelwoord
gelest

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary