Betekenis van mutsdrager | Babel Free
/ˈmʏtsdraɣər/Definities
- iemand met hoofddeksel van textiel zonder harde rand
- benaming voor weekdieren uit de klasse Monoplacophora, die merendeels zijn uitgestorven
-
verliefde man figuratively
Voorbeelden
“Omdat het ook niet geheel duidelijk was of deze mutsdrager wel op het plein stond, of om twee uur net aan het oversteken was, heeft de jury uiteindelijk besloten deze muts niet mee te tellen.”
“Op die plaats echter moeten de mutsjes wel rood zijn daar de mutsdragers in de sneeuw, hier ‘witte pracht’ genoemd (…) dwalen.”
“Binnen de weekdieren worden acht klasses onderscheiden: de schildvoetigen (Caudofoveata), de wormmollusken (Solenogastres), de keverslakken (Polyplacophora), de mutsdragers (Monoplacophora), de tweekleppigen (Bivalvia), de stoottanden (Scaphopoda), de slakken (Gastropoda) en de inktvissen (Cephalopoda).”
“Vervolgens (…) wordt stilgestaan bij het uiterst dwaze gedrag van de mutsdragers (…), de verliefden, dat tegen hen én de muts pleit.”
ERK-niveau
B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.