HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← tellen — definición

Conjugation of tellen

Regular CEFR B1
/ˈtɛ.lə(n)/

getallen oplopend opnoemen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik tel
jij / je telt
hij / zij / het telt
wij / we tellen
jullie tellen
zij / ze tellen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik telde
jij / je telde
hij / zij / het telde
wij / we telden
jullie telden
zij / ze telden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik telle
jij / je telle
hij / zij / het telle
wij / we tellen
jullie tellen
zij / ze tellen
Aanvoegende wijs — verleden
ik telde
jij / je telde
hij / zij / het telde
wij / we telden
jullie telden
zij / ze telden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij tel
jullie (archaïsch) telt

Onbepaalde vormen

Infinitief
tellen
Tegenwoordig deelwoord
tellend
Voltooid deelwoord
geteld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary