HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← Terug naar zoeken

Betekenis van feestweek | Babel Free

Zelfstandig naamwoord vrouwelijk CEFR B2
ˈfeːst.ʋeːk

Definities

een week waarin men feest viert; een week die men gebruikt om feest te vieren

Voorbeelden

“Met een playbackshow, de prijsuitreiking van de ballonnenwedstrijd en muziek in de tent, kende Westerhaar zaterdag een passende afsluiting van een gevarieerde feestweek.”
“Bewoners van de direct naast de ijshal gelegen woningen mogen bovendien negen dagen naar een hotel, op kosten van Augustinus. De politie zal tijdens de feestweek extra patrouilleren en er zullen ook geluidsmetingen zijn.”
“De openbare basisschool in Markvelde is na een feestweek nu definitief gesloten.”

ERK-niveau

B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
See all B2 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk feestweek gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free