Betekenis van feestweekend | Babel Free
Definities
weekeinde waarin men een feest viert
Voorbeelden
“Dat tijdperk lijkt vrijdag te beginnen en het valt samen met de vieringen van het zeventigjarig jubileum van koningin Elizabeth (net als de rest van de wereld meten de Britten tijd in jaren). Afgelopen februari was het daadwerkelijke jubileum, maar er zijn het hele jaar vieringen. Van 2 tot en met 5 juni is het hoogtepunt: een extra lang feestweekend.”
“"Toeristen vinden het prettiger om aangesproken te worden door jonge Amsterdammers, dan door een ouder iemand in uniform", zegt Jaap Jamin van Jellinek. "Het campagneteam richt zich vooral op jonge toeristen, omdat die meestal voor een weekendje feest naar de hoofdstad komen. En tijdens dat feestweekend wordt vaak flink wat drugs gebruikt."”
ERK-niveau
C1
Gevorderd
Dit woord behoort tot de ERK C1-woordenschat — niveau gevorderd.
Dit woord behoort tot de ERK C1-woordenschat — niveau gevorderd.