HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← patrouilleren — definición

Conjugation of patrouilleren

Regular CEFR C2
/ˌpaː.truˈjeː.rə(n)/

verkennen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik patrouilleer
jij / je patrouilleert
hij / zij / het patrouilleert
wij / we patrouilleren
jullie patrouilleren
zij / ze patrouilleren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik patrouilleerde
jij / je patrouilleerde
hij / zij / het patrouilleerde
wij / we patrouilleerden
jullie patrouilleerden
zij / ze patrouilleerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik patrouillere
jij / je patrouillere
hij / zij / het patrouillere
wij / we patrouilleren
jullie patrouilleren
zij / ze patrouilleren
Aanvoegende wijs — verleden
ik patrouilleerde
jij / je patrouilleerde
hij / zij / het patrouilleerde
wij / we patrouilleerden
jullie patrouilleerden
zij / ze patrouilleerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij patrouilleer
jullie (archaïsch) patrouilleert

Onbepaalde vormen

Infinitief
patrouilleren
Tegenwoordig deelwoord
patrouillerend
Voltooid deelwoord
gepatrouilleerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary