HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← Terug naar zoeken

Betekenis van familiehuis | Babel Free

Zelfstandig naamwoord CEFR C1

Definities

huis dat (al meerdere generaties) in bezit is van een bepaalde familie

Voorbeelden

“Van Loon groeide op in het familiehuis aan de Keizersgracht. Haar vader Maurits stelde het pand in de jaren zeventig open voor publiek, sindsdien is het bekend als Museum Van Loon. Als kind leerde Van Loon dat ze respect moest tonen voor haar voorouders en de bijbehorende schilderijen. "Zo zat ik nooit echt in elkaar. Ik heb altijd een rebelse kant gehad."”
“"Iedereen is kamers gaan verhuren aan toeristen", zegt Darko Butigan, advocaat en inwoner van Dubrovnik. Hij groeide zelf binnen de stadsmuren op, maar woont er nu buiten. Zijn familiehuis is omgebouwd tot restaurant, en de kamers verhuurt hij. Als de toeristen weg zijn na het zomerseizoen is het uitgestorven. "In de winter is dit een spookstad."”

ERK-niveau

C1
Gevorderd
Dit woord behoort tot de ERK C1-woordenschat — niveau gevorderd.

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk familiehuis gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten