Betekenis van kot | Babel Free
kɔtDefinities
Voorbeelden
“In wat voor een kot woont die!”
What a shack she lives in!
“Leuvense koten brandden vaak af in de jaren 90.”
Student rooms in Louvain burned down often in the nineties.
“⧖ Dien raet docht den duvels wter maten seer goet, ende si ginghen metsen ende tymmeren daer terstont een casteel dat seer haestelic van hem lieden ghemaect was, eer men hier een hoender kot timmeren soude hadden si dat slot getymmert.”
“⧖ Molenkot, meulenkot: het beweegbaar deel des molens, waarbinnen men maalt en werkt. - Het bestaat uit het vorendeel, het achterdeel of achtergetrek, de twee zijden, de zoldering en het dak.”
“toen hij ging studeren, ging hij op kot”
“Maggie De Block, opgeleid tot huisarts, laat tijdens een parlementaire vergadering over het coronavirus COVID-19 haar medische jargon zitten waar het zit en spreekt de taal die iedereen verstaat: “Als u ziek bent, denk niet: ik ga toch mijn moeder of mijn oma bezoeken. Blijf in uw kot.””
ERK-niveau
C2
Beheersing
Dit woord behoort tot de ERK C2-woordenschat — niveau beheersing.
Dit woord behoort tot de ERK C2-woordenschat — niveau beheersing.
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free