HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bezoeken — definition

Conjugation of bezoeken

Regular CEFR B1
bəˈzukə(n)

bij iets of iemand langsgaan of langskomen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bezoek
jij / je bezoekt
hij / zij / het bezoekt
wij / we bezoeken
jullie bezoeken
zij / ze bezoeken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bezocht
jij / je bezocht
hij / zij / het bezocht
wij / we bezochten
jullie bezochten
zij / ze bezochten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bezoeke
jij / je bezoeke
hij / zij / het bezoeke
wij / we bezoeken
jullie bezoeken
zij / ze bezoeken
Aanvoegende wijs — verleden
ik bezochte
jij / je bezochte
hij / zij / het bezochte
wij / we bezochten
jullie bezochten
zij / ze bezochten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bezoek
jullie (archaïsch) bezoekt

Onbepaalde vormen

Infinitief
bezoeken
Tegenwoordig deelwoord
bezoekend
Voltooid deelwoord
bezocht

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary