HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← timmeren — definition

Conjugation of timmeren

Regular CEFR C2
ˈtɪ.mə.rə(n)

herhaaldelijk (met een hamer) op iets slaan Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik timmer
jij / je timmert
hij / zij / het timmert
wij / we timmeren
jullie timmeren
zij / ze timmeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik timmerde
jij / je timmerde
hij / zij / het timmerde
wij / we timmerden
jullie timmerden
zij / ze timmerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik timmere
jij / je timmere
hij / zij / het timmere
wij / we timmeren
jullie timmeren
zij / ze timmeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik timmerde
jij / je timmerde
hij / zij / het timmerde
wij / we timmerden
jullie timmerden
zij / ze timmerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij timmer
jullie (archaïsch) timmert

Onbepaalde vormen

Infinitief
timmeren
Tegenwoordig deelwoord
timmerend
Voltooid deelwoord
getimmerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary