HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← Terug naar zoeken

Betekenis van bouwheer | Babel Free

Zelfstandig naamwoord mannelijk CEFR B2
ˈbɑu̯.ɦeːr

Definities

de opdrachtgever voor het bouwen van een gebouw, de persoon die alle kosten moet dragen en uiteindelijk eigenaar is van het gebouwde, maar niet noodzakelijk de latere gebruiker is

Voorbeelden

“Een bouwconsortium met daarin BAM ruziet met de Belgische voetbalclub Anderlecht over de hoogte van de huurpenningen van het nog te bouwen stadion. De club spreekt van 'een aanzienlijke, maar niet onoverbrugbare kloof' met bouwheer BAM/Ghelamco, meldt de Belgische krant De Tijd.”
“De verplaatsingskosten van zo’n 700 euro komen ten laste van de projectontwikkelaar van het appartementsgebouw. Die vroeg de verplaatsing van de lantaarnpaal te laat aan, zegt de wethouder van Openbare Werken in de krant. ,,Die bouwheer had zijn aanvraag veel eerder moeten indienen."”

ERK-niveau

B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
See all B2 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk bouwheer gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free