Betekenis van weekpas | Babel Free
Definities
een pas die een geldigheidsduur heeft van één week; een pas die toegang tot iets verleent voor de duur van één week
Voorbeelden
“Een jaarabonnement voor de Vélibfietsen kost 29 euro en een weekpas 5 euro. Voor het eerste halfuur dat de fiets langer wordt gebruikt, hoeft niets extra te worden⟳ betaald.”
“Lobbyisten die de nieuwe regels willen⟳ ontwijken⟳ kunnen⟳ dat doen⟳ door niet zo'n pas aan te vragen⟳, maar wie regelmatig in Brussel en Straatsburg actief is zal er geen zin in hebben⟳ om steeds weer in de rij te staan⟳ voor een dag- of weekpas.”
“*Beurs van Berlage, Damrak 243, Amsterdam. Open: zo 18 11-18u, ma-vr 11-20u, za 11-18u, zo 25 11-17u. Toegang incl. catalogus: ƒ40, ƒ60 voor twee pers., ƒ75 weekpas. Inl: 071-5724477. www.aadf.nl”
ERK-niveau
B1
Gemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free