Betekenis van Tswana | Babel Free
/ˈtswana/Definities
-
Bantoetaal die wordt gesproken door 4,5 miljoen mensen in Botswana en Zuid-Afrika linguistics, no-plural
- iemand die behoort tot het volk van de Tswana
-
meervoud van het zelfstandig naamwoord Tswana form-of, plural
-
volk dat leeft in zuidelijk Afrika plural-only
Equivalenten
English
Tswana
Voorbeelden
“In Botswana wordt vooral Tswana gesproken.”
“Macht en rijkdom zijn van elkaar afhankelijk geworden, meent Good. De lokale taal Tswana gebruikt voor die twee begrippen zelfs hetzelfde woord: kgosi.”
“Volgens de interim-grondwet zijn er elf officiële talen: Afrikaans, Engels, Zoeloe, Xhosa, Swazi, Noord- en Zuid-Sotho, Tswana, Ndebele, Venda en Tsonga.”
“Hier proberen ze nu ook de Tswana, de Boer en de Zoeloe in één volk te stoppen.”
“„We kwijnen weg in ellende”, vertelt Martin, een jonge San in d'Kar. „Voor de Tswana, de heersers van Botswana, zijn wij veejongens.””
“Basters die deelnamen aan het verzet tegen de apartheid krijgen daar geen erkenning voor. Andere, zwarte volken – de Ovambo in Namibië en de Xhosa, Zulu en Tswana in Zuid-Afrika – krijgen voorrang.”
“Anders dan Angola, Zimbabwe of Congo kent Botswana slechts één etnische groepering: de Tswana.”
ERK-niveau
B1
Gemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.