HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← talen — definition

Conjugation of talen

Regular CEFR C1
ˈtaːlə(n)

~ naar smachten /verlangen ww naar; meestal in combinatie met een ontkenning Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik taal
jij / je taalt
hij / zij / het taalt
wij / we talen
jullie talen
zij / ze talen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik taalde
jij / je taalde
hij / zij / het taalde
wij / we taalden
jullie taalden
zij / ze taalden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik tale
jij / je tale
hij / zij / het tale
wij / we talen
jullie talen
zij / ze talen
Aanvoegende wijs — verleden
ik taalde
jij / je taalde
hij / zij / het taalde
wij / we taalden
jullie taalden
zij / ze taalden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij taal
jullie (archaïsch) taalt

Onbepaalde vormen

Infinitief
talen
Tegenwoordig deelwoord
talend
Voltooid deelwoord
getaald

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary