Betekenis van outdoorseizoen | Babel Free
/ˈɑudɔːrsɛiˌzun/Definities
periode van het jaar dat atletiekwedstrijden in de buitenlucht worden gehouden; de periode van 1 april tot 1 oktober
Voorbeelden
“De Nederlandse handboogschutter wint de eerste wereldbekerwedstrijd van het outdoorseizoen en de eerste wereldbekerzege in zijn carrière. Met het team verloor Van den Berg de finale.”
“Vijf Nederlandse meerkampers die komende zomer in actie komen op de Olympisch Spelen in Rio de Janeiro begonnen zaterdag hun outdoorseizoen met de Ter Specke Bokaal in Lisse. Verslaggever Leon Haan zocht uit hoe met Nadine Broersen, Nadine Visser, Anouk Vetter, Pieter Braun en Eelco Sintnicolaas gaat in de aanloop naar de Spelen.”
“Het 'outdoorseizoen' loopt van 1 april tot 1 oktober. Het 'indoorseizoen' loopt van 1 oktober tot 1 april. Maar het is dus niet zo dat tijdens het 'outdoorseizoen' alleen maar outdoorwedstrijden georganiseerd mogen worden en andersom. Dit is te vinden in het Algemeen Wedstrijdreglement in de begripsbepalingen.”
ERK-niveau
C2
Beheersing
Dit woord behoort tot de ERK C2-woordenschat — niveau beheersing.
Dit woord behoort tot de ERK C2-woordenschat — niveau beheersing.