HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← Terug naar zoeken

Betekenis van biddag | Babel Free

Zelfstandig naamwoord mannelijk CEFR B1
ˈbɪ.dɑx

Definities

dag dat men biddend een verzoek richt tot god; tweede woensdag van maart in de protestantse kerken

Voorbeelden

“In de NH-kerk aan de Hoofdweg wordt morgenochtend voor de leerlingen van de hoogste groepen van het basisonderwijs een dienst gehouden ter gelegenheid van Biddag voor Gewas en Arbeid.”
“De protestantse traditie van Biddag (aan het begin van het seizoen) en Dankdag (aan het eind van het seizoen) voor Gewas en Arbeid wordt in Westerhaar nog volop in ere gehouden.”
“Omdat door de stroomuitval veel winkels de deur eerder dichtdeden, waren veel Urkers naar Emmeloord vertrokken om boodschappen te doen. Woensdag is het namelijk biddag op Urk en dan zijn de winkels dicht.”
“'Het is tijd dat we samen bidden voor ons land', zegt Angus Buchan, een christelijke prediker. Zo werd zaterdag 22 april uitgeroepen als nationale biddag. Dat bidden zou niet gewoon thuis of in een kerk gebeuren, maar op een centrale plaats. Niets is meer centraal in Zuid-Afrika dan Bloemfontein. Dus vandaag werd de stad waar ik woon op de kaart gezet als de plek waar honderdduizenden mensen bijeenkwamen om te bidden.”

ERK-niveau

B1
Gemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.
See all B1 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk biddag gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free