Betekenis van kroonjuweel | Babel Free
ˈkroːn.jyˌ(ʋ)eːlDefinities
- kroon en andere juwelen van een koningshuis
-
het beste van het beste, het belangrijkste van het belangrijkste, het meest begeerlijke figuratively
Voorbeelden
“In 1642 verkeerde Henriëtta Maria’s echtgenoot, koning Karel I van Stuart, in een machtsstrijd met het parlement, dat hem onder andere te veel naar het rooms-katholicisme vond neigen. In januari 1642 was hij gedwongen Londen te ontvluchten. Hij stuurde zijn vrouw en dochter met entourage en de Engelse kroonjuwelen in twaalf schepen naar de Nederlanden. Zij moesten de kroonjuwelen verkopen en wapens kopen.”
“Zijn kleinzoon Willem III, die ook koning van Engeland werd, stierf in 1701 kinderloos en liet het kroonjuweel na aan zijn neef koning Frederik I van Pruisen, die ook een kleinzoon van Frederik Hendrik was. Frederik I liet de Beau Sancy in de Pruisische koningskroon zetten.”
“De topclubs Ajax en PSV speelden wisselvallig en Feyenoord is pas de laatste maanden opgestaan als volwaardige titelpretendent. De heilige koe van de eredivisie is ontbladerd tot bladgoud. Een enkele keer wordt er nog oogstrelend gevoetbald, maar doorsnee wedstrijden hebben de charme van klunen. In 2016 is het vuur van de passie voor voetbal geconfronteerd met verschijnselen van uitdoving. Althans, de hype heeft zich verplaatst naar het F1-circuit met Max Verstappen en naar dartcafés. Een aantal clubs zit in financiële nood waardoor de geeuwhonger van buitenlandse investeerders niet meer tegen te houden is. De uitverkoop van de kroonjuwelen is begonnen.”
ERK-niveau
C2
Beheersing
Dit woord behoort tot de ERK C2-woordenschat — niveau beheersing.
Dit woord behoort tot de ERK C2-woordenschat — niveau beheersing.
Zie ook
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free